Dit is een ‘voorbeeld’ examen. Dit examen bestaat 25 vragen om u een beeld te geven van onze examens. Probeer en ervaar. Het kost u slechts wat tijd!

1. Hoe worden de verkiezingen van de eerste kamer ook wel genoemd?
A.  
B.  
C.  
2. Wat houdt het opportuniteitsbeginsel in?
A.  
B.  
C.  
3. Hoe verkrijgt een Buitengewoon Opsporingsambtenaar zijn titel van opsporing?
A.  
B.  
C.  
4. Wie worden er bedoelt met Bijzondere ambtenaren van politie?
A.  
B.  
C.  
5. Vanaf welke leeftijd geldt in het algemeen in Nederland de plicht om je desgevraagd te kunnen identificeren?
A.  
B.  
C.  
6. Strafrecht kunnen wij in Nederland verdelen in:
A.  
B.  
C.  
7. Wat wordt bedoelt met de uitspraak; “Strafvordering vindt alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien.”
A.  
B.  
C.  
8. Wat wordt bedoelt met voortgezette toepassing?
A.  
B.  
C.  
9. Jeugdige personen worden in Nederland binnen het strafrecht ingedeeld in twee verschillende leeftijdscategorieën. Te weten?
A.  
B.  
C.  
10. Welke benaming wordt er gebruikt voor de verdachte die niet tijdens de daad betrapt is maar waar tegen meer dan een redelijk vermoeden van schuld van toepassing is?
A.  
B.  
C.  
11. Kan een buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam zijn als hulpofficier van justitie?
A.  
B.  
C.  
12. Wat wordt ook wel het meest omvattende recht op een goed genoemd?
A.  
B.  
C.  
13. Aan welke grond moet een goed voldoen voordat u het in beslag kunt nemen?
A.  
B.  
C.  
14. Wat is essentieel om een jongere naar Halt te kunnen doorverwijzen?
A.  
B.  
C.  
15. Welk beginsel is juist wanneer het gaat over de mate waarin de ambtenaar geweld toepast tijdens zijn werkzaamheden?
A.  
B.  
C.  
16. Wie bepaald of een verdachte die een beroep doet op een strafuitsluitingsgrond deze ook daadwerkelijk krijgt toegewezen?
A.  
B.  
C.  
17. In Nederland kan een verdachte in twee hoedanigheden worden veroordeeld. Welk is juist?
A.  
B.  
C.  
18. Voor een proces-verbaal is een van de belangrijkste stelregel dat?
A.  
B.  
C.  
19. Welk van de onderstaande mag/kan gebruikt worden bij de vaststelling van de identiteit van een verdachte?
A.  
B.  
C.  
20. Wat wordt er getoetst bij de voorgeleiding na een aanhouding op heterdaad?
A.  
B.  
C.  
21. Heterdaad wordt niet langer aanwezig geacht dan…?
A.  
B.  
C.  
22. Wat moet een opsporingsambtenaar doen als hij met een machtiging een woning wil betreden zonder toestemming van de bewoner?
A.  
B.  
C.  
23. Wanneer u een getuigschrift voor de Buitengewoon Opsporingsambtenaar heeft behaald en u bent betrouwbaar gebleken. Wie beëdigt u dan in uw functie als Boa?
A.  
B.  
C.  
24. Welk van de onderstaande benaming geldt wanneer iemand een ambtenaar dwingt met geweld/bedreiging met geweld om iets te doen of te laten wat wel of niet in strijd is met zijn bediening, nog voordat de ambtenaar iets heeft gedaan?
A.  
B.  
C.  
25. Wie kan een verdachte in bewaring stellen en voor hoe lang?
A.  
B.  
C.